Binnen welke termijn moet een aangifte van nalatenschap worden ingediend?
Hoeveel bedragen de successierechten?
Na een overlijden moeten de erfgenamen, behalve in een aantal uitzonderlijke gevallen, een aangifte van nalatenschap indienen. De indieningstermijn bedraagt 5 maanden bij een overlijden in België, 6 maanden bij een overlijden in een ander Europees land en 7 maanden bij een overlijden buiten Europa. Wanneer de aangifte niet tijdig wordt ingediend, zal iedere erfgenaam een boete van 25 euro per maand vertraging moeten betalen. In geval van ernstige moeilijkheden kunnen de erfgenamen -binnen de indieningstermijn- een aanvraag tot verlenging doen bij het registratiekantoor waar de aangifte moet worden ingediend.
TARIEVEN DIE DE GEWESTEN TOEPASSEN
Omdat de tarieven van de successierechten tot de bevoegdheid van de gewesten behoren, verschillen ze naargelang de fiscale woonplaats van de overledene in het Vlaams, het Waals of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt. Onder fiscale woonplaats verstaat men de plaats waar de overledene zijn werkelijke, effectieve, voortdurende woonplaats bezit en waar hij zijn familie, het centrum van zijn bedrijvigheid en de zetel van zijn zaken of van zijn bezigheden heeft gevestigd. Als de fiscale woonplaats van de overledene tijdens een periode van 5 jaar vóór zijn overlijden in verscheidene gewesten lag, gelden de tarieven van het gewest waar zijn fiscale woonplaats in die 5 jaar het langst gevestigd was.
BAND VAN VERWANTSCHAP
Hoeveel successierechten je moet betalen, hangt van twee zaken af: de grootte van het vermogen dat je erft en je verwantschap met de overledene.
- Verwantschap in rechte lijn. Dat is de verwantschap tussen ouders en kinderen, tussen huwelijkspartners en onder bepaalde voorwaarden tussen samenwonenden.
In het Vlaams Gewest liggen de successierechten tussen 3% en 27%.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in Wallonië tussen 3% en 30%. - Geen verwantschap in rechte lijn. In de andere gevallen lopen de successierechten veel hoger op. Als er helemaal geen verwantschap is met de overledene, zijn de successierechten het hoogst. Afhankelijk van de waarde van de nalatenschap gaan ze in het Vlaams Gewest van 45 tot 65%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen de rechten tussen 40 en 80% en in het Waals Gewest tussen 30 en 80%.
Er bestaan ook verlaagde tarieven, abattementen, progressiviteitsregels en vrijstellingen die verschillen naargelang het gewest, de persoon die erft of de aard van de overgedragen goederen (gezinswoning, onderneming …).
In het Vlaamse Gewest is het tarief in rechte lijn van toepassing op ouders, huwelijkspartners, samenwonenden, stiefouders (echtgenoot of samenwonende), kinderen, stiefkinderen (kinderen van echtgenoot of samenwonende), zorgkinderen en adoptiekinderen. Aan erfgenamen in rechte lijn wordt een degressieve vermindering van successierecht toegekend wanneer het netto-erfdeel (= som van netto-aandeel in onroerende en roerende goederen) van de erfgenaam minder dan 50.000 euro bedraagt. De partner (echtgenoot of samenwonende) moet bovendien geen successierechten betalen op het deel van de gezinswoning dat hij erft.
AANVAARDING OF VERWERPING
Als erfgenaam heb je drie mogelijkheden:
1. Je aanvaardt de nalatenschap zonder meer. Het vermogen van de overledene en je eigen vermogen smelten samen. Je erft niet alleen de schuldvorderingen en de bezittingen van de overledene, maar ook diens eventuele schulden. Als blijkt dat de schulden (= het passief) groter zijn dan de schuldvorderingen en de bezittingen (= het actief), dan zul je het verschil moeten betalen met je eigen vermogen.
2. Je verwerpt de nalatenschap. In dat geval draagt men het vermogen over aan andere erfgenamen die niet verwerpen. Als alle erfgenamen verwerpen, dan is het aan de staat om de nalatenschap al dan niet te aanvaarden.
3. Je aanvaardt de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving. In dat geval maakt de notaris eerst een inventaris op van het vermogen van de overledene. Je kijkt dus eerst naar het actief (bezittingen) en het passief (schulden). Als er nog iets overschiet nadat alle schuldeisers betaald zijn, dan telt men dat overschot (= het actief) bij je eigen vermogen op. Als het vermogen van de overledene niet volstaat om alle schuldeisers te betalen, kunnen zij zich in geen enkel geval tot jou wenden om alsnog betaling te verkrijgen.
Maar als de schulden groter zijn dan het vermogen, dan betekent dat nog niet dat je geen successierechten moet betalen, ook als je de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving hebt aanvaard. Tot bewijs van het tegendeel rekent de administratie alles wat de overledene in de 3 jaren voor zijn dood aan roerende goederen bezat (geld, effecten aan toonder, meubilair, kleding, juwelen ….) tot het vermogen van de overledene, ook al is dat in werkelijkheid niet meer zo. Dat betekent dat alle bedragen die de overledene tijdens de 3 laatste jaren van zijn leven ontving (bijvoorbeeld bij een nalatenschap of door de verkoop van onroerend goed) tot het vermogen (= actief) behoren, ook al zijn ze verdwenen. Op die bedragen moet je dan ook successierechten betalen, zelfs als je ze niet gekregen hebt en zelfs als je de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving hebt aanvaard. Als erfgenaam moet je het bewijs van het tegendeel leveren. Maar dat is vaak een onmogelijke opdracht omdat je niet weet wat de overledene met die bezittingen gedaan heeft. Wees dus voorzichtig!
![]()
Voor algemene informatie over de successierechten
Federale Overheidsdienst Financiën
Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Rechtszekerheid
Koning Albert II-laan 33 bus 50
1030 Brussel
Contact Center: 0257 257 57
info.reg@minfin.fed.be
www.minfin.fgov.be
![]()
- "Wegwijs in schenkingen en nalatenschappen", Federale Overheidsdienst Financiën, 2012, 90 p.
Gratis brochure te bestellen of te downloaden:
Federale Overheidsdienst Financiën
Stafdienst strategische coördinatie en communicatie
Koning Albert II-laan 33 bus 70
1030 Brussel
www.minfin.fgov.be











